201419.12
0

Afrekenen – weblog Willem Jan Ausma

in Weblogs

Voor een aantal beroepen geldt dat je het zelden goed doet. Strafpleiter is daar één van. Vroeger bemerkte je slechts op borrels en feestjes dat men jou met argusogen aankeek vanwege het feit dat jij iemand bijstaat die verdacht wordt van de meest vreselijke dingen. Tegenwoordig is het gemeengoed geworden om de strafrechtadvocaat te pas en onpas aan de schandpaal te nagelen. Het liefst natuurlijk anoniem, verscholen vanachter een beeldscherm of onder een of andere fakenaam via ‘social media’. Echt sociaal is dit helaas niet altijd te noemen. Kennelijk lucht het op of vergroot het iemands eigen geluk om een ander af te fakkelen.

Dit fenomeen geldt overigens niet alleen voor de advocatuur, ook politici en andere bekendheden, zoals burgemeesters, kan dit lot ten deel vallen. Aan de ene kant kun je zeggen dat het er bij hoort, maar er zijn grenzen. Bij Onno Hoes bijvoorbeeld zijn alle grenzen van fatsoen overschreden. Op zo’n manier wordt de medemens die niets kwaads in de zin heeft, gewoonweg kapot gemaakt. Niet voor niets heb ik de spreuk “Wie van u zonder zonde is, werpe de eerste steen” op mijn kamer hangen.En zo zijn er nog talloze andere spreuken en gezegden over het feit dat het makkelijk oordelen is over een ander, zonder daarbij naar jezelf te kijken.

Reden dat ik hierover schrijf is dat het net als in de politiek maar ook in de rechtspraak van groot belang is om uitleg te geven over wat je doet en waarom je iets doet. Het nalaten daarvan veroorzaakt vaak harde kritiek en onbegrip. Dat iedereen recht heeft op rechtsbijstand is genoegzaam bekend, maar als dit een verkrachter of moordenaar betreft, rest toch altijd weer de vraag of dat ook voor deze specifieke verdachte geldt. De vraag of ik alles in het werk stel om een vrijspraak te verkrijgen voor iemand waarvan ik weet dat ‘ie het gedaan heeft’, beantwoord ik in de regel met de wedervraag dat het nog veel erger is als er iemand wordt opgesloten waarvan je niet zeker weet of ‘ie het gedaan heeft. Iets waarover ik mij bij menig officier van justitie regelmatig grote zorgen maak.

In het verlengde hiervan kreeg ik een anonieme e-mail van een oud cliënt die niet meer door mij wenste te worden bijgestaan vanwege het feit dat mijn compagnon Onno de Jong en ik de kroongetuige Fred Ros bijstaan. Ook bij menig collega wekte dit de nodige verbazing en ontlokte zelfs hier en daar een vileine opmerking. In de praktijk komt het geregeld voor dat een verdachte in een zaak met meerdere verdachten ervoor kiest om openheid van zaken te geven en belastend voor zichzelf en medeverdachten te verklaren. Ik heb nog nooit een collega gesproken die om die reden tegen zijn cliënt zegt de verdediging neer te leggen. Het is een eigen keuze om te bekennen of te ontkennen, ook al is dat tegen beter weten in. In dat laatste geval moet je ook niet piepen dat zwijgen of ontkennen een hoge gevangenisstraf tot gevolg heeft. Het vergt echter nog al wat van iemand als hij een groot deel van zijn leven in gevangenschap moet doorbrengen terwijl anderen vrij rond lopen en hun ‘maatje’ al bijna weer vergeten zijn.

Terugkomend op de vraag of je iedereen die daarom vraagt kunt bijstaan beantwoord ik deze vraag te allen tijde met een volmondig ja, maar met de nodige voorzichtigheid als het gaat om de diepste zielenroerselen van de persoon in kwestie. De raadsman dient nimmer te worden afgerekend op de daden en keuzes van de verdachte.

Bron: Mr. Online